Column Voilà magazine ‘Spekje’

Doorgaans verbaas ik mensen als ik vertel wat ik doe. ‘Is daar geld mee te verdienen?’ ‘O, het is een bedrijf, niet alleen een hobby?’, terwijl mijn gesprekspartner grijnst en subtiel langs mij heen kijkt op zoek naar iemand anders om mee te praten. De leukste gesprekken ontstaan als ik oprechte nieuwsgierigheid voel. Vervolgens gaat de betreffende persoon dikwijls zijn of haar persoonlijke konijnenervaringen met mij delen.

Hoe lekker ze smaken in een zoetzure saus, wat een leuke huisdieren het zijn, hun nichtje ook iets met
konijnen doet en dat ze vroeger ook een konijn hadden dat altijd los mocht lopen in de tuin.

Onlangs was ik op een verjaardag en iemand stelde mij voor als ‘De konijnenfluisteraar’, terwijl ze haar mond vol met spekjes stopte uit de snoeppot. Een introductie waar ik niet dolenthousiast van word,
enerzijds door de smakgeluiden en stukjes spekje die uit haar mond vlogen, maar vooral omdat ik ‘fluisteraar’ associeer met konijnen die ik via klankschalen of handopleggingen probeer te laten praten. Dat kan ook, echter voel ik zelf meer voor een wetenschappelijke insteek.

Enfin, degene aan wie ik werd voorgesteld pakte haar moment en begon haar konijnenverhaal af te steken. ”Ik had ook een konijn en hij lag plots dood in zijn hok, maar hij was ook al oud.”
Ik hoorde het aan en gebaseerd op de manier waarop ze het verhaal vertelde besloot ik mijn mimiek in de plooi te houden en vooral voor me te houden dat konijnen niet sterven aan ouderdom. Ook zou ik niet
zeggen dat ziekte vaak niet of te laat wordt herkend omdat mensen zich niet verdiepen in de lichaamstaal van konijnen, konijnenziektes of de jaarlijkse essentiële vaccinatieronde en dierenartsbezoekjes
onnodig vinden.

Mijn argumenten zouden niets uithalen en de sfeer al zeker niet ten goede komen.
Voor veel mensen zien konijnen vrij uitdrukkingsloos uit en toch vertellen ze meer met hun lichaam dan je zou denken. Voor prooidieren is dat louter een kwestie van overleven: door jezelf sterk te houden,
val je niet op bij roofdieren. Dat niets-aan-het-handje-instinct zit zo diep verankerd in hun gedrag, dat
konijnen ook aan hun eigenaar niet tonen dat ze ziek zijn.
Wat kan helpen om pijn of ziekte op tijd te zien is door ‘rituelen’ van je konijn te leren kennen.
Komt een konijn je plots niet meer begroeten aan het hek terwijl hij dat normaal dagelijks doet, slaapt hij meer dan gewoonlijk, eet of drinkt hij niet of juist extreem veel? Dat zijn rode vlaggen.
Bij een konijn kun je niet een dagje aankijken hoe het gaat. Dan is het te laat.

“Hoe oud was je konijn dan?” vroeg mijn schoonzus die erbij was komen staan en haarfijn aanvoelde wat ik dacht. “Vier jaar”. “Weet je dat konijnen makkelijk 10 jaar kunnen worden?” Ze ging door en zei
alles wat ik dacht en dat zonder verwijten. Ik gaf haar een knipoog en ging bij een ander groepje staan waar de man bij stond die eerder langs me heen keek toen De Nijnerij ter sprake kwam. “Josine, het
is bijna kerst, heb je nog konijnen met gedragsproblemen?” Hij vond het zelf nog het grappigst. “Nee Bas, dit jaar hebben we buikspek als hoofdgerecht. Jij hebt vast nog wat over, niet?” Het was mijn beurt
om te grijnzen en ik stak een spekje in mijn mond.

 

Na drie jaar schrijven voor Voilà magazine, is het tijd voor iets nieuws en
wil ik ruimte maken voor nieuwe columnisten. Je kunt mijn activiteiten blijven
volgen via het Instagram of Facebook account van De Nijnerij. Dank je wel
voor het lezen van mijn columns en jullie leuke reacties. Liefs, Josine.